Gedragsproblemen

“Kinderen hebben liefde nodig, vooral als ze het niet verdienen.”

Harold Hulbert

 

dreamstime_xs_48134139

Tot je grote verdriet gedraagt je kind zich niet zoals je graag zou willen: we spreken van onaangepast gedrag.

Je kind is te druk, lastig, luistert niet, volgt instructies niet op, komt uit bed, heeft slaapproblemen, raakt andere kinderen aan, is gewelddadig, wil niet spreken of blijft sociaal-emotioneel achter.

Elk kind doet zijn best. Jij als ouder doet je best. Echter als je kind niet in balans is,  kan het onvoldoende reageren op prikkels die het brein geeft. Dit kan resulteren in wiebelen, slaan, het niet aanvoelen van de situatie e.d. Maar een kind is niet slecht. We keuren het gedrag  van het kind af.

Een kind met gedragsproblemen is niet alleen zelf ontregeld maar ontregelt ook de situatie thuis, bij vriendjes en op school. Vaak krijgt het kind met gedragsproblemen kritiek en straf.

We zien de volgende gedragsproblemen:

  • Dromerig
  • Verlatingsangst
  • Faalangst
  • Niet weerbaar/geplaagd worden
  • Zelf pesten
  • Zich slecht kunnen concentreren
  • ADHD = attention deficit hyperactivity disorder
  • ADD = attention deficit disorder (deze kinderen hoeven niet druk te zijn!)
  • PDD-NOS = pervasive developmental disorder not otherwise specified
  • NLD = nonverbal learning disabilities
  • Autisme
  • Autistiform
  • Immoreel gedrag (stelen, liegen e.d.)
  • Suïcidaal gedrag
  • Stemmen horen of beelden zien die er niet zijn

Het gedrag wordt gedefinieerd als het totaal van de activiteit van alle hersencellen. Elk gebied speelt zijn eigen specifieke rol in het geheel. Verstoringen in het brein kunnen tot de meest uiteenlopende gedragsproblemen leiden.

Na het in balans brengen van je kind kun je gedurende een bepaalde periode, samen met je kind, een gedragstraining volgen: van tegenwerking naar samenwerking.